Ingrid
Ik was 16 jaar toen ik voor het eerst merkte dat ik bang was om te braken. Het gedacht al dat ik ‘mogelijk’ zou kunnen overgeven maakte me enorm bang. Waarom? Eerlijk… ik weet het niet. Mijn moeder vertelde dat ik als baby vaak heb moeten overgegeven. Dat was volgens de eerste psychologe de oorzaak van mijn angst. Zelf had ik hier wat moeite mee. Hoeveel baby’s geven er niet over. Dan zouden die allemaal later bang zijn om over te geven.
Ik was al 14 jaar toen mijn moeder me had aangemeld bij een selectiebureau als ‘model’ voor kinderkleding. Heb dit als een leuke ervaring ondervonden. Mocht dan ook naar de ‘modellenschool’ gaan.
Nu ben ik 28 en werk nog steeds als model in de modewereld. Maar als ik terugkijk naar de afgelopen 10 jaar, dat was een hel. Ondanks ik mijn ‘beroep’ als model ben blijven doen, was ik ongelukkig. Die voortdurende angst was een last die elke dag moest ondergaan. Buiten mijn werk als model, kwam ik nergens. Ik vermeed restaurants, cafés, recepties en allerlei plaatsen waar ik het risico zou lopen te kunnen overgeven. Als model moest ik natuurlijk op mijn voeding letten. Maar dat ‘erop letten’ was méér dan dat. Alle voedingsmiddelen waarvan ik ‘dacht’ dat er een risico zou zijn om over te geven, vermeed ik. Ja… ik was een zeer slanke den, dus viel het ook niet op. Buiten mijn werk als model, was ik wel onzeker en voelde me minderwaardig. Op mijn 26ste begon ik ook steeds meer last te krijgen van paniekaanvallen. Moest dan ook tijdelijk mijn werk stoppen. Ben dan toch hulp gaan zoeken. Ik heb 5 psychologen en 2 psychiaters gehad en kreeg verschillende diagnoses: ziektevrees, dwang, anorexia…ik begreep er niets meer van. Op Google zag ik het AngstCentrum. Heb dan ook meteen contact opgenomen. Voor het eerst kon iemand bijna letterlijk in mijn hoofd lezen. Je begrepen voelen is een enorme drive om verder aan het probleem te willen werken. Want het overgeefprobleem was inmiddels méér geworden: paniekaanvallen, een vorm van smetvrees, bang om ziek te worden (vooral die angst voor misselijkheid). De therapeut van het AngstCentrum had me heel duidelijk gemaakt welke de verbanden waren met ‘emetofobie’. Voor het eerst werd er over ‘emetofobie’ gesproken. Ook die aanslepende angst werd duidelijk voor me. Mijn ervaring tijdens mijn behandeling was: duidelijkheid krijgen, weten hoe de vork in de steel zat en vooral de handvaten krijgen om er aan te werken. Ook inzicht krijgen in mijn andere gevoelens zoals mijn onzekerheid en minderwaardigheid was een eye-opener. Ik heb vandaag nog steeds zo nu en dan contact met mijn therapeut. Hij is als een tweede vader voor me, waarbij ik terecht kan.
Copyright © Alle rechten voorbehouden