Claudia
Toen ik voor het eerst met het AngstCentrum contact had opgenomen, bleek na het eerste gesprek al (hetgeen trouwens zeer aangenaam was) dat ik een sociale angst had. Ik weet nog dat men vroeger wel eens zei: ‘Je bent mensenschuw’. En inderdaad, ik merkte dat ik gespannen was als thuis (toen ik bij mijn ouders woonde) bezoek kwam. Trouwens mijn papa had dat ook. Mijn moeder daarentegen, zij was bij een zangkoor en moest regelmatig optreden. Op de lagere school werd ik vaak gepest. Leraren noemden het destijds ‘plagen’. Voor mij voelde het écht als pesten aan. Ik had één vriendin, Katrien. Ze had een ‘manke voet’. Ik had er medelijden mee. Ze werd ook gepest en dan kon ik wel voor haar opkomen. Ik ontfermde me als het ware over haar.
Later, op de middelbare school werd ik niet meer gepest. Toch was ik stil, teruggetrokken en durfde in de klas niets te zeggen. Ik had er zelfs moeite met schrijven (vooral als ik op de vingers werd gekeken). Bang fouten te maken. Dagenlang, voor het examen, was ik ziek van spanning. Moest soms zelf overgeven, zo ziek was ik. Ik kan me nog goed herinneren toen ik de ‘plechtige communie’ moest doen (zo werd dat toen nog genoemd), dat ik één en al brok zenuwen was. Al die belangstelling, in het middelpunt staan, door iedereen bekeken worden… vreselijk !
Enkel bij dieren voelde ik me helemaal op mijn gemak. Je kunt hen alles vertellen, zonder schroom, zonder kritiek… want ook voor kritiek was ik bang (bang het niet gedaan te hebben, bang te falen). Na schooltijd ging ik regelmatig naar de manège vlakbij in de buurt. Ik had ook een hond, een teckel. Schat van een beestje. Die sliep ook op mijn kamer.
Dat zal dan ook de rede zijn geweest dat ik tijdens de vakantie, vakantiewerk in de manège mocht doen. En ook de rede dat ik na de middelbare school in een dierenasiel ging werken. Daar ontmoette ik dan ook Dirk. Voor het eerste ben ik –samen met Dirk- op een terras iets gaan drinken. En toch, voelde ik me daar ook bekeken. Onze relatie werd steviger en ik voelde me ook op mijn gemak bij hem. Ik was 22 toen we trouwden. Ook al moest en zou die trouwdag iets moois moeten zijn, toch was het voor mij een gestresseerde dag. Al dagen ervoor was ik gespannen, kon nauwelijks slapen…piekeren! Een hele dag in de belangstelling staan. Zelfs op de foto’s (achteraf) zag je mijn gespannenheid op mijn gezicht, verkrampt met een verwrongen lachje.
Drie jaar later, ik moest nog 26 worden, kregen we Sien, ons meisje. En weer begon er een periode van spanning, onrust en angst. Bezoeken, het doopfeest…weer die belangstelling…!
Dan begon er een periode van over-bezorgdheid naar Sien toe. Als baby viel dat nog mee, maar eenmaal dat ze naar de kleurschool moest, was er een dubbele bezorgdheid: ‘dat met Sien alles goed zou gaan’ en ‘het naar school brengen’, gedwongen ‘praatjes’ met andere moeders.
Het werk in het dierenasiel had ik gestopt omdat ik steeds meer met de bezoekers moest praten, overleggen enz.… Teveel voor me! Dirk probeerde mijn angst te begrijpen maar stuitte dikwijls op mijn reacties naar hem toe: soms boos, soms heel kritisch, soms besluiteloos en dan weer het schuldgevoel. Ik begon me zelfs steeds meer minderwaardig naar hem toe te voelen, wetende dat het voor hem absoluut nodig was. Steeds meer isoleerde ik me van alles… onzekerheid, de voortdurende angst Dirk teleur te stellen.
Sien werd 10 jaar, net als Dirk, meer uitbundig en speels. Ik had het hier erg moeilijk mee, terwijl ik blij moest zijn. Ik betrapte me er op dat ik Sien probeerde in te tomen.
Onze relatie begon deuken te krijgen. Regelmatig ruzies, vooral als het ging om mijn kritiek op hem. Alles moest van mij perfect zijn. Ook zijn spelletjes met Sien (want Sien en Dirk zijn twee handen op één buik). De broer van Dirk (die wel eens regelmatig even op bezoek kwam) zag wat er gebeurde. Een lieve man trouwens, die me heel voorzichtig er op wees ‘Claudia…je hebt hulp nodig, zoek hulp’. Dat was de rede dat ik met het CGG contact heb opgenomen. Na zo’n vijf gesprekken had ik de indruk dat ze precies geen raad met me wisten. Ze hadden het voortdurend over mijn opvoeding, mijn kinder- en jeugdjaren en mijn relatie met Dirk. Dat ik een bezorgd iemand ben, dat wist ik ook wel… Dat bezorgde vertaalde ze als ‘piekeren’. Dat ik piekerde was me ook duidelijk. En toch…men bleef in het verleden zoeken naar mogelijke trauma’s. De broer van Dirk bleef het opvolgen. Hij gaf me de tip eens naar de website van het AngstCentrum te gaan kijken (want hij maakte zich ernstige zorgen en zocht naar hulp voor me, waarvoor ik hem nog steeds dankbaar ben). De website heb ik nauwelijks (goed) bekeken. Ik heb me meteen aangemeld. Het viel me al op dat ik zo snel terecht kon. Die stap had al 10 jaar eerder moeten doen. Het was een zegen mezelf te ontdekken. Ook al ben ik nog altijd geen uitbundige madam, maar ik voel me zekerder, niet meer minderwaardig, integendeel heb meer zelfvertrouwen. Ik werk inmiddels weer en onze relatie is opmerkelijk een bloementuin geworden. Ook met Sien, die nu ook wat ouder is, heb ik meer een ‘vriendin’ relatie. In het AngstCentrum wordt er aan je ‘probleem’ gewerkt.
Frederik
Ik ben inmiddels bijna 40 jaar en woon nog steeds bij mijn ouders. Ik leef als het ware als een kluizenaar. Kom nergens, ga nergens naar toe. Zelfs winkelen (moeder vraagt dan om boodschappen te gaan doen omdat ze er zelf ook moeite mee had) doe ik enkel op maandagochtend, want dan is er weinig volk. Moeder was overbezorgd en had veel kritiek op mijn vader, ondanks hij zijn best deed. Mijn schooltijd was een ‘hel-tijd’. Pesterijen, driemaal van school veranderd, vaak ziek thuis, spijbelen (bang weer gepest te worden).
De buren hadden een bakkerij. Mijn vader was goed met de bakker en zijn vrouw bevriend. Ze gaven me de kans om in de bakkerij te gaan werken. De bakker (Ceriel & Roza) zijn lieve mensen. Dus begon ik in de bakkerij. Ik was toen 18 jaar. Ik leerde zelfs een stukje het ‘bakkersvak’. Al bij al voelde ik me daar goed mee en op mijn gemak. Ze stelden geen vragen, enkel uitleg geven over hoe en wat ik wilde doen en leren. In het begin, na het werk, had ik twijfels: ‘Doe ik het wel goed genoeg’, ‘Hopelijk heb ik niet iets verkeerds gedaan’, ‘Wat zullen ze van me denken’. Ik miste zelfzekerheid en zelfvertrouwen. Dit ebde na een tijdje af.
Na 2 jaar bij hen te hebben gewerkt, overleed de bakker plots (op z’n 54ste). Omdat ze geen kinderen hadden, vroeg Roza of ik (bij drukte) mee in de winkel wilde helpen. Toen brak het lijntje. De op- en aanmerkingen, de grapjes, de praatjes en soms persoonlijk naar mij gericht, waren er teveel aan. De voorheen opgebouwde rust (in de bakkerij werken, was ik alleen met Ceriel), veranderde in spanning, onrust en een enorme druk, zover dat ik met momenten in paniek raakte. Hartkloppingen, heel benauwd krijgen, naar adem happen en helemaal van streek de winkel uit lopen, naar achteren, de koer op om lucht te krijgen. Ik moest even aan Ceriel denken ‘hartinfarct !!’. Dit herhaalde zich nog enkele malen. Weer teveel voor me. Omdat Roza ook niet meer de jongste was stelde ze voor om de bakkerij te verkopen of te stoppen. De bakkerij werd overgenomen door een jong koppel. Ik stopte er ook mee. Ik was toen 21. Nieuw werk zoeken was voor mij niet zo evident. Mijn onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen floreerden weer en blokkeerden elke mogelijke sollicitatie. Mijn kamer was de enige plek waar ik me ‘iets’ op mijn gemak voelde. Langzamerhand sukkelde ik in een depressie. Gedachten als ‘Zo hoef het voor mij niet meer’’. 'Er niet meer zijn zou voor iedereen een oplossing zijn’. Mijn ouders trokken aan de alarmbel. De huisarts werd ingeschakeld. Ik schaamde me rot. Kreeg antidepressiva voorgeschreven. Na enkele weken klaarde het wel wat op. Echter de stap in het ‘gewone dagelijkse leven’, werk bijvoorbeeld, was voor mij niet haalbaar. Na een jaar als kluizenaar op mijn kamer te hebben geleefd, was het advies: opname in een Psychiatrisch ziekenhuis. De eerste gesprekken verliepen al moeilijk, maar dan…groepstherapie, een confrontatie die me nog slechter deed voelen. Bovendien kreeg ik er nog wat medicatie bij. Sommige dagen liep ik er als een zombie bij. Na drie weken hield ik het voor bekeken. Terug naar huis. Terug op mijn ‘zogenaamde’ veilige plek: mijn kamer. Ook voor mijn ouders was het zeer belastend. Vooral mijn moeder, ze kon het niet meer aanzien. Op Google zocht ze alles af naar hulp. Zo kwam ze op het AngstCentrum uit. Ze belde rechtstreeks met ene Jos. Omdat ik mijn kamer nauwelijks uitkwam stelde Jos voor om bij ons thuis een bezoek te brengen. Dat gebeurde dan ook. Mijn spanning vooraf was snijdend. Vreemd maar waar: ik had nog niets verteld, en toch vertelde hij precies mijn hele ‘gevoelsleven’ en alsof hij mijn gedachten kon lezen. Een eerste doorbraak! Op mijn veertigste verjaardag heb ik zelfs thuis een klein feest gegeven voor familieleden. Ik ben een opleiding gaan doen, welke dan? Bakker !
Copyright © Alle rechten voorbehouden