Martine
Toen ik 21 jaar was kreeg ik mijn eerste paniekaanval. Althans, ik wist nog niet wat een paniekaanval was. Voor mij was het een angstaanval, dacht ik. Ik zat op de bus, richting het Unief in Gent. Ik studeerde rechten. Plots, zomaar voelde ik me ‘raar’ worden in mijn hoofd. Zo’n ijlere, draaierig gevoel. Mijn hart bonsde in mijn keel en ik hapte naar lucht. Kreeg zo’n stikgevoel. Een jonge man zat naast me en merkte dat het me niet goed ging. ‘Kan ik je helpen?’. Ik reageerde heel paniekerig ‘Ik moet hier weg….stop de bus…’. En … inderdaad de jonge man liep naar de buschauffeur om de bus te doen stoppen. Eenmaal buiten, stond ik als een kip te hijgen. Een hevige angst bekroop mijn hele lichaam. Met bevende handen probeerde ik de hulpdienst te bellen…
Na die eerste ‘angstaanval’ is de ellende begonnen. Mijn opleiding onderbroken, durfde niet meer het openbaar vervoer te nemen. Zelfs alleen het huis verlaten lukte niet meer. Angst voor de angst en bang ‘HET’ weer te krijgen. De huisarts, de cardioloog, nog een andere cardioloog… iedereen zei me dat er niets met me aan de hand was ‘Een hyperventilatie aanval’. Dat was het! Met kalmeerpillen en iets tegen depressie moest de ik de dag zien door te komen. Geïsoleerd thuis zitten. Ook thuis kreeg ik al ‘angstaanvallen’. De huisarts adviseerde me in een psycholoog te consulteren. Alleen ernaartoe gaan lukte niet, mijn moeder moest me brengen én in de wachtkamer wachten. De eerste vier gesprekken, amper een uurtje, gingen over mijn kind- en jeugdjaren, over mogelijke trauma’s.
Drie jaar thuiszitten, vier psychologen, een psychiater en uiteindelijk een opname….En dan al die pillen. Voor mij hoefde het allemaal niet meer. Toen hoorde op radio 1, het programma ‘De Wereld van Sofie’, een man praten over ‘paniek’. Hij beschreef precies hetgeen die eerste keer op de bus gebeurde. Mijn eerste gedacht was: ‘Daar moet ik zijn’. Via Google vond ik het AngstCentrum. Voor de eerste keer werd me duidelijk wat er met me aan de hand was. Die eerste namiddag sessie was de doorbraak. Eindelijk, ik werd begrepen en kreeg veel informatie en daarna vier gesprekken van minstens twee uur. En na één dagsessie kon ik weer ‘alleen’ op de bus stappen, winkelen, zelfs alleen in een bos wandelen….Een openbaring: mijn vrijheid terug.
Frederik
Ik ben vertegenwoordiger van een groot farmaceutisch bedrijf. Ik bezoek vooral huisartsen en specialisten in ziekenhuizen. Het was een vrijdagochtend. Die dag was mijn planning in Geel. Ik kom uit Antwerpen, heb een partner en twee kinderen (5 en 8 jaar). De E313 van Antwerpen naar Geel kan ik bijna met gesloten ogen rijden, dus voor mij een routinerit naar Geel. Eenmaal de ring van Antwerpen verlaten, richting Hasselt, voelde ik een druk op mijn borst. Gezien de drukte op de weg moest ik er heel bewust mijn aandacht geven. Desondanks nam de druk op mijn borst toe en ik voelde mijn hart bonzen. Ik probeerde mezelf te kalmeren met: ‘Misschien wat onvermoeid, is gisteren nog laat geweest….’. Ik begon met de ogen te knipperen omdat ik een draaierig gevoel in het hoofd kreeg….ik besefte: ‘Het is niet goed met me…!’. Ik probeerde me goed te houden, want… ik wist na de splitsing naar Eindhoven is er een pechstrook. Eenmaal de pechstrook in het vizier, rukte ik aan het stuur en parkeerde meteen op de pechstrook. Met dat ik stilstond overviel me een vlaag van allerlei nare lichamelijk verschijnselen: hartkloppingen werden erger, het zweet brak me uit (in mum van tijd was ik kletsnat), werd misselijk, met bevende handen omklemde ik het stuur… ‘Ik moet de ambulance bellen, ik zit hier dood te gaan….mijn hart, een hartaanval’. Gelukkig zat het 101 nummer in mijn systeem (heb ik ooit ingevoerd als er iets met de kinderen zou zijn). Met schorre stem probeerde ik de dame aan de lijn duidelijk te maken: ‘Ik denk dat ik een hartaanval krijg’, dat was ook het moment dat er een hevige angst bij me opkwam. Inmiddels was ik ook uit de auto gestapt, had mijn knipperlichten aangezet. Ik had lucht nodig, lucht, ik kreeg bijna geen adem. Toen de dame aan de telefoon bevestigde dat er een ambulance zou komen (ik had duidelijk aangeven waar ik stond), werd ik wat rustiger. Aan de kant ging ik mijn hurken zitten en probeerde naar lucht te happen.
Ik werd met de ambulance naar het Middelheim Ziekenhuis gebracht. Spoed! Terwijl ik in de ambulance lag en men meteen een hartfilmpje maakt, was ik rustiger en de lichamelijke verschijnselen namen af. In het ziekenhuis werd ik meteen onderzocht. Nog eens een hartfilmpje. Uitslag: alles oké met u. U heeft waarschijnlijk een hyperventilatieaanval gehad. Ik kon met een taxi naar huis.
Dat was het begin van de ellende. Eerst twee weken ziekenverlof aangevraagd. Die weken vielen best nog wel mee. Echter…weer een vrijdag, en zou maandag terug de baan op gaan begon ik angstig te worden. Nog voor dat het maandag was zat ik al bij de huisarts. ‘Het gaat niet’. Ik kreeg wat kalmeerpillen (Temesta voor onder de tong). Dat hielp wel even, maar de gedachte dat ik terug die snelweg op moest beangstigde me enorm. Ik probeerde weer aan de slag te gaan. Echter vermeed ik de snelweg en moest de binnenwegen gebruiken. Met als gevolg dat ik nauwelijks vier bezoeken kon doen in plaats van acht tot negen (per dag). Toen kwam er nog een schep bij: bij sommige huisartsen, waarbij geen afspraak nodig was, moest ik in de wachtkamer wachten. Om een of andere –voor mij nog onverklaarbare rede- begon ik me in de wachtkamer ongemakkelijk te voelen. Zoiets van: ‘Als dat hier nog lang duurt, ben ik weg’. Dat slecht en ongemakkelijk voelen, leek op ‘dat’ wat ik voor het eerst op de snelweg, had. Om een lang verhaal kort te houden, de vervolg ellende-weg was begonnen: regelmatig ziekteverlof (zogenaamd stress en burn-out) problemen met het werk, steeds meer Temesta’s… uiteindelijk… kwam ik nauwelijks nog het huis uit. Ontslag op het werk.
Een neef van mijn vrouw was op bezoek en wist te vertellen dat een collega van hem ook last had van ‘hyperventileren’. Via zijn huisarts kon hij bij het AngstCentrum in Limburg terecht. Ondanks mijn aanvankelijke terughoudendheid, ben ik -samen met mijn partner (die ook de radeloosheid nabij was) - naar Limburg gegaan, wel via de binnenwegen en mijn vouw reedt. Omdat ik wist dat het eerste contact een volledige namiddag in beslag zou nemen, was het spanningsniveau dermate hoog dat ik het liefst ‘rechtsomkeer’ had willen doen. Achteraf was het een zeer aangename ontmoeting, een leerrijke namiddag. Maar vooral het kunnen afsluiten van een ellendige periode. Terug weer mens onder de mensen.
Copyright © Alle rechten voorbehouden