Ralf
Ik ben nu 41. Bankbediende, gehuwd en heb 2 kinderen (twee meisje 11 en 9). Toen ik 12 jaar was, zo vertelde mijn moeder, was ik wat verlegen, stilletjes en maakte ik me al zorgen dat mijn ouders zouden dood gaan. Of, als ik iets op TV had gezien, zoals een verkeersongeval, een brand of ergens een aardbeving, dan kon ik niet slapen. Lag dan wakker, me zorgen makend over ‘als ons dat zou overkomen’. Later, op de middelbare school, leek ‘het zich zorgen maken’ iets minder. Leek…maar als het ging over thuis met mijn ouders, zus of broer, dan kon ik het niet loslaten. Na mijn schoolperiode kon ik vrijwel snel werk vinden op een bank. Aanvankelijk als loketbediende. Later, bij de opening van een nieuw kantoor in de stad, kon ik als adjunct directeur solliciteren. Over het feit dat ik dan elke dag zo’n 40 km moest rijden naar de nieuwe werkplek, maakte me zorgen. Het échte ‘piekeren’ is begonnen toen onze eerste dochter werd geboren. Voortdurend had ik allerlei ‘bange voorgevoelens’ over allerlei zaken die zouden kunnen gebeuren. In eerste instantie over het wel en wee van onze dochter. Dan over het werk, dan over die 40 km rijden, dan over het huis (de verbouwingen die we bezig waren), dan over onze relatie (mijn vrouw was er eentje uit de duizenden, en toch…), dan over de financiën (hadden een extra lening voor de verbouwing opgenomen). Het waren tot dan toe nog allerlei bezorgende gedachten. Bij de geboorte van onze tweede dochter, heeft mijn vrouw het erg moeilijk gehad. Ze hadden namelijk suikerziekte vastgesteld (weliswaar niet in ernstige mate). Dat was de trigger naar een nieuwe zorg: ziek kunnen worden! In het begin was deze ‘ziekte-zorg’ op mijn vrouw en kinderen gericht. Maar al gauw ook naar mezelf. Toen merkte ik voor het eerst dat het niet enkel ‘bezorgdheid was, maar ook ‘angst’. Echte angst…zodanig dat zelfs de angst als een soort bevestiging fungeerde dat er écht iets mis zou gaan. Bij het eerste bezoek bij de huisarts (die ons goed kende) wilde hij me duidelijk maken dat ik ‘ziektevrees’ had. Hypochondrie, en dat ik een psycholoog moest consulteren! Uit alle onderzoeken (die ik had opgeëist) bleek dat ik volkomen gezond was. Dat was ‘even’ een opluchting, maar dan wel kortstondig. De volgende ochtend al, omdat ik lang in bed lag te piekeren en weinig had geslapen, voelde ik me erg moe. En meteen begon ik te piekeren wat ‘moe zijn’ allemaal voor gevolgen zou kunnen hebben. Het piekeren over allerlei dagelijkse gebeurtenissen én de gezondheid van mijn kinderen, mijn vrouw en mezelf, maakte me gek. Als ik plots iets hoorde, schrok ik meteen. Ik voelde me voortdurend onrustig, gespannen en dan regelmatig die verdomde angst. Niet meer leefbaar. De huisarts had me dan wel kalmeerpillen voorgeschreven. Maar ook hierover maakte ik me zorgen. De huisarts kende het AngstCentrum en drukte me op het hart contact te nemen. Rede: hypochondrie. Echter stelde de therapeut van het AngstCentrum vast dat er van een ‘gegeneraliseerde angststoornis’ sprake zou zijn. De vragen die men me bij het eerste gesprek stelde en de vragenlijsten die ik moest invullen bevestigden (voor mezelf) dat het inderdaad een gegeneraliseerde angst was. De behandeling was ingrijpend voor me, maar wel verhelderend. De nadruk lag vooral in het ‘piekeren’ en dat was absoluut niet makkelijk om aan te pakken. Maar uiteindelijk hebben ik het tot een ‘normale gezonde bezorgdheid’ kunnen leren beperken, waarmee ik vooral mijn angst heb kunnen aanpakken.
Copyright © Alle rechten voorbehouden